Hoge Raad bevestigt geldigheid van pre-2021 gokovereenkomsten met Malta-operators

De Hoge Raad der Nederlanden heeft onlangs een belangrijk arrest gewezen dat duidelijkheid schept over de rechtsgeldigheid van online gokovereenkomsten die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van de Nederlandse iGaming-regelgeving in oktober 2021, en dit arrest reageert op prejudiciële vragen die door lagere rechtbanken waren gesteld terwijl de uitspraak de positie van operators onderschrijft die al langer betoogden dat dergelijke contracten geldig blijven.
Achtergrond van de prejudiciële vragen
Lagere rechters hadden de Hoge Raad om richting gevraagd omdat spelers in meerdere procedures probeerden historische verliezen terug te vorderen van Malta-gelicentieerde aanbieders die zonder Nederlandse vergunning opereerden, en in die zaken ging het om bedragen die opliepen tot meer dan 135.000 euro en 139.000 dollar waarbij de vraag centraal stond of die overeenkomsten automatisch nietig waren onder het Nederlandse burgerlijk recht.
De kern van het geschil betrof de interpretatie van artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek in combinatie met de Wet op de kansspelen zoals die gold vóór de liberalisering, en hoewel de Kansspelautoriteit al jaren handhaafde tegen illegaal aanbod bleven civiele claims over terugvordering onduidelijk tot dit arrest.
De uitspraak van de Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelde dat dergelijke contracten niet automatisch als nietig of vernietigbaar moeten worden beschouwd louter omdat de operator destijds niet over een Nederlandse vergunning beschikte, en dit betekent dat spelers geen automatische aanspraak kunnen maken op terugbetaling van verliezen die zijn geleden in de periode vóór oktober 2021 terwijl de rechtbank daarbij expliciet aansloot bij de consistente lijn die operators al jaren hanteerden.
Het arrest benadrukt dat de geldigheid van een overeenkomst afhangt van de concrete omstandigheden en niet automatisch volgt uit het ontbreken van een Nederlandse licentie, en daardoor krijgen lagere rechters nu een helder kader om vergelijkbare vorderingen te beoordelen zonder dat elke pre-2021 transactie per definitie als ongeldig wordt aangemerkt.

Gevolgen voor lopende procedures
Door deze uitspraak zullen tal van civiele zaken waarin spelers historische verliezen probeerden terug te eisen nu waarschijnlijk worden afgewezen of aangepast, en rechters kunnen zich voortaan baseren op het oordeel dat de overeenkomsten in beginsel geldig waren ten tijde van het sluiten ervan terwijl dit ook invloed heeft op schikkingsonderhandelingen tussen partijen.
Operators die voor oktober 2021 via Malta-licenties Nederlandse spelers bedienden zien hun juridische positie versterkt, en tegelijkertijd biedt het arrest spelers geen nieuwe openings om oude verliezen alsnog te verhalen via de civiele weg omdat de Hoge Raad de deur daarvoor expliciet heeft gesloten.
Relatie met de huidige regulering
Sinds oktober 2021 is de Wet Kansspelen op afstand van kracht en moeten aanbieders een Nederlandse vergunning hebben om legaal tot de markt toe te treden, en de uitspraak van de Hoge Raad beperkt zich daarom bewust tot de periode daarvoor waardoor de huidige handhaving door de Kansspelautoriteit onverlet blijft terwijl de civielrechtelijke consequenties voor het verleden nu zijn verhelderd.
De datum van juli 2026 markeert inmiddels een periode waarin de markt volledig gereguleerd is en waarin de effecten van dit arrest verder zichtbaar worden in de afhandeling van resterende claims uit de overgangsperiode, en daardoor ontstaat er meer rechtszekerheid voor zowel spelers als vergunde aanbieders die sindsdien onder streng toezicht opereren.
Conclusie
Het arrest van de Hoge Raad vormt een belangrijk jurisprudentieel ijkpunt omdat het de grenzen aangeeft waarbinnen civiele claims over pre-2021 gokverliezen kunnen worden beoordeeld, en daardoor krijgen lagere rechtbanken een duidelijker toetsingskader terwijl spelers en operators weten waar zij aan toe zijn bij geschillen die nog uit de periode vóór de regulering stammen. Dit zorgt voor afsluiting in een dossier dat al jaren voor onzekerheid zorgde zonder dat de uitspraak de werking van de huidige vergunningsplicht aantast.